Monday 17 August, 2009 Dance Like It’s Okay #11: inhaalslag
Tafel aan de kant, pumps uit! Dance Like It’s Okay – uiteraard vernoemd naar een van de beste dansvloerklassiekers ooit – zet de belangrijkste dancereleases op ‘n rij. Ditmaal een belangrijke inhaalslag, door de designperikelen hebben we op de redactie wel veel gedanst, maar er weinig over geschreven. Maken we nu dus goed.
Afgelopen weekend werd op het C/O Pop festival in Keulen traditiegetrouw de nieuwe editie van Total gepresenteerd, het vlaggenschip van het plaatselijke platenlabel Kompakt. Ditmaal extra speciaal, want inmiddels gaat het om de tiende editie van de verzamelaar die een overzicht geeft van de jaarlijkse verrichtingen van het label. Een slechte editie is sinds 1999 niet
verschenen en ook Total 10 is om van te smullen zo goed. Toch wijkt de editie op punten af van de voorafgaande negen. Zo staan er aardig wat remixen op de twee cd’s. Van klassiekers uit de Kompakt-historie wel te verstaan. Zo wordt het fantastische pophousenummer Wand Aus Klang van Burger/Voigt een makeover en voorziet Dirk Leyers Justus Köhnckes (it’s Gonna Be) Alright onder handen. En wat te denken van Thomas Fehlmanns interpretatie van The More I Do van The Field? Het maakt deze tiende editie ook interessant voor de vaste volgers van Kompakt. Ander opvallend punt? Het aandeel pophouse is hoger dan ooit. Dat is een goed teken. Kompakt grossiert immers in liedjes die balanceren op het snijvlak van pop, schlager en house. Mooiste voorbeeld is zonder twijfel Each And Every Day van Meyburg met Ada op zang. Een traag, melancholisch nummer dat doet verlangen naar, ja, naar wat eigenlijk? Dat is essentie van Sehnsucht, zoals Justus Köhncke me ooit toevertrouwde. Total 10 is wederom essentieel.
Paar jaar terug stuurde iemand me prachtige dubtechno die ik simpelweg moést horen. Die persoon was, als ik me niet vergis,
cut-ups designer Frank Kloos. De makers? Gal Aner en Jordache Czamanski, twee Amsterdammers van Israëlische afkomst. Als Juju & Jordash doken ze daarna op bij een keur aan kleine, onafhankelijke labels als Real Soon en Aesthetic Audio. De zojuist verschenen titelloze dubbel-ep voor Dekmantel, een nieuw dancelabel uit Amsterdam, is hun beste werk tot nu toe. Meer nog dan op eerdere release ontpopt het duo zich er als ontbrekende factor tussen de kosmische disco van Scandinavische origine en de Duitszwitserse onderkoelde dubtechno. Lindstrøm ontmoet Ripperton, zeg maar. Al kennen deze twee plakken vinyl ook twee experimentele jazzelektronica-tracks. De kracht van het duo zit ‘m echter in de afwisseling en de manier waarop ze, ondanks al dat frivole gefreak, op koers blijven. Beste voorbeeld? Time Slip (al eerder in een andere versie als single uitgebracht) waarin een Moroder-achtige baslijn de uitwaaierende synthesizerpatronen, plotselinge ritmewisselingen en de laagje voor laagje gestapelde beats in toom houden. Het lijkt verdomme wel goede newbeat. En dat voor Amsterdammers. Petje af.
Hans-Peter Lindstrøm gooit het met maatje Thomas M. Hermansen (Prins Thomas) tegenwoordig over een andere boeg. Die
liedjes van het titelloze debuut hebben de heren achter zich gelaten. De jaren zeventigmeligheid is eveneens verdwenen. Daarmee weet het duo kwalificaties als camp, pastiche en retro met gemak te omzeilen. Betekent niet dat er nu niet meer teruggekeken wordt. Sterker nog, de referenties aan de hoogtijdagen van progressieve rock en kosmische rock zijn niet van de lucht. Rothaus klinkt zelfs als een jamsessie van Can ergens in 1970. Toch klinkt II verre van oubollig. Integendeel. De twee Noren vermengen oude elementen met invloeden uit dansmuziek van nu (deephouse) en moderne productietechnieken. Het resultaat is bij vlagen verbluffend. Zoals in het eerder genoemde Rothaus. In andere momenten maken die dekselse Noren het met snerpend hoge gitaarsolo’s en zweverige synthesizerpatronen wel wat bont. Ach, het is ze vergeven. Over de hele linie is II namelijk een buitengewoon consistent album waarop dance argeloos met experimentele pop en rock wordt gemengd. Rock, pop, dance? Alledrie, maar vooral kosmisch dus.
Je moet maar durven: de popcritici de mond snoeren met een fantastisch debuut en dan op je langverwachte tweede een cover
van The Korgis’ Everybody’s Got To Learn Sometime zetten. Gewaagd, dat zeker. Axel Willner aka The Field verdrinkt het origineel in een zee van ambient en zegeviert glorieus. Ach, de Zweed is een muzikale poëet. Gevoel, dát wil hij overbrengen. Daarin slaagt hij op Yesterday And Today meer dan verdienstelijk. Sterker: deze tweede is net iets beter dan debuut From Here We Go Sublime. Waarom? Ten eerste heeft Willner een geluid ontwikkeld dat minder overeenkomsten vertoont met dat van Gas, de grote inspiratiebron voor de Zweed (en goed terug te horen op zijn Sound Of Light-tussendoortje). Ten tweede telt Yesterday And Today slechts vijf nummers – buiten de coverversie – waarvan de kortste acht minuten duurt. Willner neemt, kortom, de tijd en dat komt de spanning ten goede. Aan het basisidee – een ritme, een beat, langzaam wisselt melodiepatroon – is niets veranderd. De invulling is echter frivoler, doordachter en spannender. Goed voorbeeld? Het voor The Field-begrippen behoorlijk onstuimige en donkere Sequenced, waarin Willner flirt met techno en kraut. Het prachtige Leave It verraadt weer wel de invloed van Gas, mét eigen draai. Op Yesterday And Today verruilt Willner de warme zomeravond voor de verzengende hitte van de zomerdag. We sjokken gewillig achter hem aan.
Wie Delsin 2.0 beluistert zonder verdere informatie denk zonder twijfel dat de nieuwe editie van Kompakts Total in de cd-
speler is geschoven. Liefhebbers van de betere dance weten dan genoeg. De jaarlijkse verzamelaar van het Keulse platenlabel Kompakt geldt als de staalkaart voor de dancescene en biedt steevast hoogstaand muzikaal vertier. Deze compilatie van het Amsterdamse Delsin (de vierde al, overigens) doet daar niet voor onder. Best verrassend. Amsterdam staat immers niet bekend om zijn vernieuwende dancecultuur. Onverstoorbaar doet Delsin al twaalf jaar een dappere poging die situatie te veranderen. Helaas valt dat vooral buiten de stadsgrenzen – en eigenlijk voornamelijk buiten de landsgrenzen – op. En terecht. Op Delsin 2.0 klinken de echo’s van Detroit, Chicago, Berlin en Keulen door. Oudgediende Steve Rachmad staat er gebroederlijk naast vertegenwoordigers van de nieuwe garde als Quince, Newworldaquarium en Redshape, die ooit debuteerden op het Amsterdamse label. Delsin 2.0 is techno gerangschikt naar alle mogelijke substijlen en smaken: dubtechno, melodieuze techno, harde pompende beats en beatloze ambienttechno. De compilatie is tevens het bewijs van de kwaliteit waar het label al jaren patent op heeft. De echte technoliefhebbers heeft er, kortom, een staalkaart bij.
diverse artiesten – Total 10 [2xcd/4xlp, Kompakt/NEWS]
Juju & Jordash – Juju & Jordash [2xlp, Dekmantel]
Lindstrøm & Prins Thomas – Lindstrøm & Prins Thomas II [cd/lp, Eskimo/NEWS]
The Field – Yesterday & Today [cd/lp, Kompakt/NEWS]
diverse artiesten – Delsin 2.0 [cd, Delsin]
Links:
www.kompakt.fm
www.myspace.com/jujujordash
www.myspace.com/lindstromandprinsthomas
www.myspace.com/thefieldsthlm
www.myspace.com/planetdelsin












